Uniek=Goed

Wij mensen zijn maar wat speciaal. We willen graag uniek en speciaal zijn maar zou gauw we dat zijn hebben we last van de mening en het oordeel van anderen en worden we spontaan onzeker.

Tijdens mijn studie’s (PABO en Kindercoach) hebben we veel gepraat en praten we nog steeds veel en wat me opvalt is dat veel mensen worstelen met dingen die in hun jeugd zijn gebeurd. Ze waren bijzonder.. Te groot, te klein, te dik, te dun, verkeerde kleding, verkeerde familie, scheve tanden of een bril. Daardoor werden ze buitengesloten, gepest, werd er veel van ze verwacht of juist heel weinig. Nu als volwassen hebben ze daar last van. Ze proberen zichzelf op de achtergrond te laten blijven of doen juist het tegenovergestelde waardoor ze uitgeput raken. Ze vertrouwen mensen niet op hun woord en durven niet zomaar naar een workshop of bijeenkomst te gaan.
En weet je wie er het meeste last hiervan hebben? Hun kinderen.
Want ouders willen vooral niet dat hun kind hetzelfde lot tegemoet gaat en daarom letten deze ouders vaak met een vergrootglas op hun kinderen en hoe andere mensen reageren op hun liefste bezit. Daardoor herhalen ze vaak hun eigen geschiedenis en zadelen hun kind (onbewust op) met de gedachten dat zij ook niet goed genoeg zijn.

Kinderen op school
Ik zie veel kinderen op school die hier problemen mee hebben. Die problemen hebben met uniek zijn en daardoor zich afgewezen voelen, geplaagd of gepest worden. En weet je,soms worden ze door andere kinderen tegengehouden om ergens bij te horen, maar soms zit dat idee alleen maar in hun eigen hoofd.

Ouders van unieke kinderen
Je voelt de pijn van jouw kind dat zich buitengesloten voelt, soms herken je de pijn vanuit jouw eigen jeugd. Maar ongetwijfeld doet het je pijn dat je je kind niet kunt helpen. Hierdoor ga je proberen de pijn weg te nemen, te compenseren. Hier zijn verschillende mogelijkheden voor. De ene ouder spoort zijn kind aan en leert het kind om voor zichzelf op te komen en de andere ouder onderzoekt elke dag wat er gebeurd is en wilt alles letterlijk weten. Het kind dat flink moet zijn voelt zich vaak verre van flink en het kind dat elke dag verslag moet doen blijft zichzelf vaak slachtoffer voelen.

Wat doet een kindercoach dan toch?
Ik ga ervanuit dat ieder kind uniek is. Ieder kind moet zichzelf goed voelen over zichzelf. Ik als kindercoach kijk maar mee met een partij dus ik werk met het kind en de ouders. Samen met jullie onderzoeken we hoe de situatie is zoals het is en zoeken we een manier om hier mee om te gaan. Soms kunnen we verder gaan met het vergroten van de sociale vaardigheden als dit nodig is en gaan we daar mee aan de slag.

Vaak is helaas de situatie onveranderbaar omdat het gaat om een groepssituatie. Wat we dan doen is we ontleden als het ware de groep. we kijken wie bij wie hoort en welke vaardigheid of kwaliteit erbij deze kinderen horen. Vanzelf komt het kind dan een plek in de groep tegen waar hij zichzelf wel thuis voelt. Wat zijn de mooie kwaliteiten van deze groepjes, wat de minder mooie, welke mogelijkheden zijn er? Dit zijn allemaal vragen die dan aan bod komen.
Altijd komen we tot de conclusie dat het kind met alles wat er is goed genoeg is. Ook alles wat er niet is is goed genoeg, leer fier vooruit kijken want jij bent wie je bent, en jij bent fantastisch! Niets meer en niets minder dan dat!

 

 

 

“Ik bekeek het anders”

Relativeren moet je leren. We maken het allemaal mee wanneer we naar het journaal kijken, de krant zien of even op onze tijdlijn op Facebook scrollen..

Ik heb er moeite mee, ik kan mijzelf heel goed inleven in mensen die met mij op een lijn staan. Mensen die daar loodrecht tegenover staan heb ik wat meer moeite mee..

Ook kinderen kunnen niet automatisch iets vanuit een andere positie bekijken. Ze moeten dat leren en wij als volwassenen zijn daar het voorbeeld voor. Ze kijken hoe wij reageren op informatie en nemen dit over. Dit noemen we een passieve manier van leren.
Wat we ook kunnen doen is kinderen uitdagen om zaken bewust op een andere manier te bekijken.

Leer kinderen hun fantasie te gebruiken om een mening te vormen.

Met jonge kinderen:
– Verzin verhaaltjes over de dieren in je omgeving
– Bedenk samen wat er zou gebeuren als je kon toveren
– Wat zou je zien als je op een wolk zou reizen?
– Wat zou oma, de juf of jouw vriendinnetje ervan vinden?
– Wat zou je doen als je dit of dat zou durven?
– Hoe denk je dat …. dat vindt?

 

Met oudere kinderen:
– Praat na met kinderen over het jeugdjournaal of een ander nieuws item dat ze hebben gezien. Laat ze vertellen wat ze hebben gezien en wat ze daarvan vonden. Laat ze dit doen vanuit het 4G model: (Ik zag, Ik voelde, Ik wens en ik heb nodig: )
Kijk daarna of er mensen zijn die daar een andere mening over hebben en praat daar samen over.

De essentie is dat je het kind uitdaagt om onderwerpen vanuit zichzelf, vanuit de ander en vanuit de positieve van het grote geheel te leren bekijken.
Het is oké als dat met fantasie gebeurt en als het eigenlijk niet kan. Het gaat om het leren relativeren. En misschien hebben we dan de volgende generatie met kinderen die elkaar wel een mooi leven gunt.

 

 

 

Wat een rotjong

Minder meesters in het onderwijs, vooral jongens die ADHD hebben, jongens die niet mee kunnen komen in de klas en voornamelijk meisjes op universiteiten en jongens bij het beroepsonderwijs.
Tegelijkertijd vooral mannen in topfuncties, maar dit gaat achteruit. De mannen in topfuncties zijn vooral 55+ en vrouwen staan te springen om deze functies te bekleden.

Hoe komt dit toch?

De eigenschappen van jongens hangen samen met het testosterongehalte. Dit hormoon zorgt ervoor dat jongens de strijd aangaan, over agressie kunnen beschikken, impulsief kunnen reageren en meer energie dan meisjes hebben. Dit uiten ze graag op een fysieke manier en houden daarom ook meer van doen dan denken. De rijping van de hersenen verloopt anders en ze zijn meer actiegericht dus minder relatiegericht. Ze leren door te experimenteren en doordat de taalontwikkeling anders en later verloopt dan bij meisjes is evalueren, zelfreflectie en praten over emoties vaak een hele grote opgave.

Dit merk ik ook in de klas, jongens hebben moeite in de kring, hebben meer beweging nodig, spelen het liefst soldaatje in de klas en als ik even de andere kant op kijk wordt de met liefde gebouwde camera spontaan een pistool en vallen mede klasgenoten bij bosjes dood op de grond.

Het opvoeden van jongens.

Jongens worden opgevoed in een vrouwenmaatschappij. Al vanaf de geboorte zijn ze omringd met vrouwen, beginnend bij de kraamhulp, dan de vrouwen in de kinderopvang, peuterspeelzaal en vervolgens op de basisschool. wij hebben weliswaar twee mannen op school werken, maar we zijn een uitzondering. Zeker hier op Curaçao zie ik weinig mannen in het onderwijs. Hiermee wordt de hele opvoeding vervrouwelijkt en krijgt een jongen soms pas in zijn pubertijd andere mannelijke rolmodellen dan een vader. Soms, want in veel gevallen worden veel kinderen alleen door hun moeder of oma opgevoed. En we weten het allemaal, vrouwen praten en praten en praten.

En jongens? Die doen. Dus die vrouwen vertellen aan die jongens, zit eens stil, luister eens naar me, waarom doe je zo? Want zij kunnen hier niet mee omgaan, dus laten ze zien aan die jongens dat hun jongetjesgedrag niet goed is.

Hoe ga je dan met jongens om?

Geef ze de ruimte, laat ze rennen, stuur ze naar buiten, laat ze dat pistool bouwen. Uitpraten? Heeft weinig zin, de meeste jongens zijn tijdens het gesprek al vergeten waar het ook alweer over ging. Geef ze kort en krachtig uitleg. Laat ze hun frustraties uiten, lichamelijk!

En wellicht durven jongens zichzelf dan weer wat meer te laten zien!

 

 

 

Tips voor het opvoeden van Hoogsensitieve kinderen

Wat doe je als jouw kind hoogsensitief is?
Je moet er rekening mee houden, daar zijn we allemaal al wel achter. Maar hoe doe je dat nou eigenlijk?
Hét hooggevoelige kind bestaat niet, maar voor alle ouders van een sensitief kind geldt dat het veel van je vraagt en soms weet je het even niet. Wat vandaag werkt, werk morgen niet en wat gisteren niet werkte kan vandaag ineens wel werken.

Kant-en-klare tips kan ik je niet geven. Die zijn er helaas niet. Ieder kind is uniek en daar passen eigen regels bij. Wel zijn er een aantal bouwstenen die jou kunnen helpen bij het opvoeden van jou eigen, lieve, hoogsensitieve kind.

  1. Wordt je echt bewust van de hoog sensitiviteit van jouw kind. Zoek haar of zijn juiste ritme op, zo zal het zich geaccepteerd voelen. Forceer het niet en zorg er boven alles voor dat je het HSP niet benadert als een ziekte of stoornis.
  2. Een hoogsensitief kind heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken. Gun hem deze tijd ook. Zorg voor een geduldige en ontspannen houding. Dit werkt stimulerend. Een harde stem, straf of een ongeduldige blik werken niet. Dit zorgt er ook nog voor dat het zelfvertrouwen aantast.
  3. Vermijd druk. We moeten al zoveel, ouders hebben volle agenda’s en ervaren tijdsdruk. Zeker hier op Curacao, je moet je kinderen naar sportclubs, knutselclub en naar muziekles brengen. Jij ervaart stress als de St. Rosa weg voor de zoveelste keer vast staat, of als er weer aan de weg gewerkt wordt.  (Serieus, waar komen al die gaten vandaan?) Jij bent niet de enige die dit voelt. Jouw kind voelt met je mee en ervaart die druk ook. Maak je agenda eens leeg.
  4. Neem kleine stapjes. Jouw kind heeft, net als andere kinderen, uitdaging nodig. Dat klopt. Maar zorg ervoor dat te veel druk niet je kind uit balans brengt. Stel uitdagingen die haalbaar zijn. Knip een te behalen doel in stukjes, geef veel bevestiging en complimenten. (Niet alleen op het product, maar op het proces: Ik zie dat je je best hebt gedaan, wat goed van je.)
  5. Zorg voor orde, niet voor chaos. Zorg voor regelmaat, ritme. Een planbord of een activiteiten om structuur aan te bieden kan hierbij handig zijn. Dit kan per week of per dag. Afhankelijk van jouw kind en jullie situatie.
  6. Leer een kind omgaan met zijn kwaliteiten.
    Een hoogsensitief kind heeft kwaliteiten. Het leeft met andere kinderen mee, wil voor ze zorgen als ze verdrietig zijn. Dit is schattig in het begin, maar kan uit de hand lopen wanneer zijn eigen gevoel naar de achtergrond verdwijnt. Begin met dit gevoel uit te leggen maar help ook om het kind aandacht te geven aan zijn eigen gevoel.
  7. Last but not least: Zorg voor ruimte voor rust. Wordt het even allemaal te veel? Zorg dat je kind een eigen rustplek heeft, een plekje voor zichzelf waar hij zich veilig voelt en waar de prikkels weg kunnen gaan.

Hopelijk hebben jullie er wat aan!

Liefs van Joyce

Conclusies trekken

We kennen allemaal zulke mensen.. Mensen die meteen conclusies trekken, die iets zien, en vanuit hun eigen beleving hun eigen draai eraan geven. Kennen we die mensen? Ja zeker, want die mensen, zijn we meestal zelf.

Ook ik, ik maak me hier ook schuldig aan. Zakelijk, met kinderen maar ook privé. Ik werk hier aan. Stel vragen( Hou nou eens je mond Joyce, je praat teveel), probeer echt te luisteren naar iemand en met een open blik te kijken naar de situatie. Ik geef mensen net zoveel kansen als ze willen. En dan, dan komt het, dan heeft iemand een conclusie over jou te pakken. Die niet klopt, dat doet pijn. Hoeveel je ook probeert het uit te leggen, er wordt niet geluisterd.. En ik ben nog communicatief sterk. Kan mezelf uitdrukken. Beschik over voldoende, en soms teveel woordenschat om dit te doen.

Kun je nagaan, hoe dat voor kinderen is. En hoe wij volwassen alles altijd maar voor ze invullen…

Dat is niet oké, dat kan niet. Hier moeten we iets in veranderen.

Hoe kunnen we dat doen? Praten met kinderen?
– Breng het gespreksniveau terug naar de belevingswereld van het kind.
– verplaats je in het kind
– Vraag door als het nog niet helemaal duidelijk is
– Luister naar het kind
– Vat samen zoals jij het gehoord hebt
– Geef voorlopig geen advies.
– Probeer er gewoon voor de ander te zijn.

En als een kind niet kan praten?
Laat het tekenen, doe een spel, maak een toneelstuk. Ga gewoon lekker een potje voetballen of lekker naar het strand. Dan komen de verhalen vanzelf wel.

En tot die tijd, Luister. Laten we vandaag allemaal gewoon eens naar elkaar luisteren.

Wat doe jij om met een kind te praten? Laat het me weten in de reacties! 

 

 

 

Soms moet je een kind écht een beetje helpen.

grond-te-koop-curacao-640x360

“Soms?! Ja natuurlijk moet je een kind helpen!” Ik hoor het je denken. Altijd? Nee ik vind van niet. Een kind kan de wereld goed alleen ontdekken, kan zelf echt wel zijn schoenen aan doen, kan zelf aankleden. Heeft het daar dan geen hulp meer bij nodig? Kan een kind leren van iets nadoen?

Ikzelf ben een voorstander van “Van proberen kun je leren!” Ik zeg het zo vaak in de klas dat als ik “Van p..” dreunen de kinderen de rest van de zin al op. Dat zorgt er wel voor dat er interessante gesprekken ontstaan overigens. Vooral als het gaat over teveel pepernoten eten en je wilt zeggen dat je van pepernoten eten hartstikke dik wordt! Vaak moet ik lachen om de kinderen als ze mij de woorden uit m’n mond nemen.

In de klas wordt dit ook echt gebruikt. Ik wil je helpen met alles, maar ik wil dat je het eerst probeert. Ik krijg trouwens ook echt kippenvel als ik mensen hoor zeggen: “Zal ik je even helpen? Je bent nog zo klein..” Echt, mag je kind even zelf proberen of hij misschien toch al weer een beetje groter is dan gisteren?

Waar ik wel echt graag gebruik van maak zijn verhalen. Verhalen om kinderen te helpen net dat laatste stapje te nemen. Die vooral kunnen helpen bij het oplossen van problemen. Die verhalen heten helende verhalen. Onderstaand verhaal is er zo een.

Een helend verhaal bestaat altijd uit een paar onderdelen:

Een hoofdpersoon
Een locatie
Een probleem
Een helper

Het is belangrijk dat het kind niet meteen doorheeft dat het verhaal over hem gaat want dan gaat een kind hier heel anders naar luisteren. Het is dus fijn om de locatie, of het tijdperk aan te passen.

Dit verhaal heb ik geschreven voor een leerling uit mijn klas die met haar moeder gaat verhuizen naar een ander land. Haar ouders zijn uit elkaar, en haar vader blijft hier achter. Ze heeft het er erg moeilijk mee maar praat hier bijna niet over.

Ik hoop dat je hier wat aan hebt!

Liefs Joyce

Ollie moet verhuizen

Door: Joyce Jansen

In een land, hier ver, ver vandaan.. Woonde een Olifantje. Toen hij geboren werd hebben zijn ouders heb Ollie genoemd. Ollie genoot van de Afrikaanse bomen, het gras en was vriendjes met alle dieren. Hij wist dat hij moest oppassen voor Louis de Leeuw. Als hij zijn ouders kwijt was vroeg hij het aan Gerda Giraf en als hij een goede mop wilde horen kon hij altijd naar Albert Aap. Ja, we kunnen wel zeggen dat Ollie een goed leven had. Tot op een dag, toen het maar niet wilde regenen.

Die dag ging Ollie naar school, maar de waterplas waar hij altijd even uit wilde drinken stond leeg. Er was geen druppel water meer te zien. Ollie vond het gek, maar dacht: “Het gaat vast straks weer regenen, als ik naar huis ga kan ik echt wel drinken.” Ollie kwam aan op school en ging vast naast Gerda zitten. Dat was makkelijk, want als hij het antwoord even niet wist wilde Gerda hem altijd helpen. Achter hem zat Albert. Die was grappen en grollen uit aan het halen tot de juffrouw kwam.

Zo ging het de hele dag door. Ollie kreeg wel wat hoofdpijn zonder het water en hij was blij toen de bel ging. Ollie stapte de school uit en daar had je het al. Het was warm, zo warm.. Ollie wist meteen dat het niet geregend had. Hij ging naar huis en daar zaten zijn ouders op hem te wachten. Ze keken somber..

Ollie ging naast zijn vader zitten en die sloeg zijn slurf om hem heen. Zijn moeder keek hem bedenkelijk aan. Ollie kreeg een raar gevoel in zijn buik.. “Wat zou er aan de hand zijn?” vroeg hij zich af..

Mama begon met praten: “Vandaag hoorde ik in het bos dat er voorlopig nog geen regen komt, dat betekent dat we hier niet meer kunnen wonen..”Ollie keek haar ongelovig aan.. Hier niet meer kunnen wonen? Maar waar moeten ze dan wonen? Ze kunnen toch niet zo maar weg? Allemaal vragen kwamen in hem op, maar hij kon het niet vragen. Hij wist niet het moest. Hij kon toch niet weg? Al zijn vrienden zijn hier..

Papa ging ook praten: “Jij gaat met mama op vakantie, tot het weer gaat regenen. Ik blijf hier om op het huis te passen” Ollie kon het niet geloven.. Op vakantie? Weg zonder papa? Alleen met mama? Hij durfde het niet te vragen.. Hij kan toch niet weg en dan papa achter laten? Hebben ze daar wel eens over nagedacht!! Ollie werd boos:”Ik wil niet mee, ik kan niet mee, papa moet ook mee, ik wil niet zonder papa, het is een stom idee!!” En hij stormde het huis uit..

Huilend liep Ollie door het bos. Hij kwam eerst Gerda tegen. Ze luisterde naar zijn verhaal, en als ze iets niet begreep dan vroeg ze er naar. Ze was stil op de goede momenten en zo durfde Ollie zijn verhaal helemaal te vertellen en durfde hij ook aan Gerda te vragen hoe hij nou zonder papa kon..

Gerda moest daar even over nadenken. Toen kwam ze met een idee. Wat zou als Ollie een foto, of een tekening van papa mee kon nemen? Dan kon hij altijd naar de foto kijken, of tegen de foto praten en dan lijkt het net alsof papa heel dichtbij is. Ollie vond het een fantastisch idee en samen gingen ze bedenken wie er een foto kon maken. Ineens wisten ze het, Alfina, de moeder van Albert kon foto’s maken. Snel haastten ze zich naar haar toe. Alfina schrok van het verhaal van Ollie maar wilde meteen helpen. Ze sprong op de rug van Gerda en rennend gingen ze terug door het bos naar het huis van Ollie. Papa kreeg tranen in zijn ogen toen hij hoorde dat Ollie zich zo’n zorgen had gemaakt. Hij wilde graag met hem op de foto. De volgende dag vertrokken Ollie en zijn moeder. Ollie had de foto van hem en papa stevig in zijn slurf geklemd. Voor de zekerheid had hij zelf ook nog een tekening gemaakt en die zat in een stevige tas op zijn rug.

Na een paar dagen lopen kwamen ze bij hun nieuwe huis. Hier waren ook veel andere olifanten en Ollie kon meteen gaan spelen. Maar eerst zette hij de foto van papa bij zijn bed.

Ollie ging voorzichtig naar buiten en keek om zich heen. Hij zag een olifantje wat heel veel grapjes maakte. Die leek een beetje op Albert, alleen was dit een olifant. Hij ging naar hem toe en vroeg: “Wil je met mij spelen?” Het olifantje keek op en zei: “Ja hoor, ga je mee naar mijn vrienden?”

En zo kwam het dat Ollie, ook al was hij heel ver weg van zijn vrienden en zijn vader, toch nieuwe vrienden maakten en het heel erg naar zijn zin had op zijn nieuwe plek. En papa? Die kwam snel op bezoek!

Hier ben ik!

Fijn he, het eerste artikel, eindelijk is het zo ver!

Even mezelf voorstellen, zodat je weet wie er aan deze kant van het beeldscherm zit:

In 1992 ben ik geboren in Nederland, hier ben ik opgegroeid
Toen ik 15 was ben ik  begonnen met training geven bij de plaatselijke atletiekvereniging. Kinderen van 6 tot 10, heerlijk vond ik dat.

Ongeveer een jaar later moest ik op de HAVO mijn profielkeuze doorgeven, ik wist niet wat ik wilde. Wel wat ik niet wilde: Scheikunde en natuurkunde. Na veel gesprekken met mijn ouders en decaan besloot ik om een zo’n breed mogelijk pakket te nemen. Engels en Frans, Wiskunde, economie en M&O,geschiedenis en drama. M&O was niks voor mij, het werd ingeruild voor kunstgeschiedenis en dat vond ik prachtig. Ik vond het heerlijk om over schilderijen, schilders, muzikanten te praten en ook de psychologie achter verschillende stijlen verbaasde mij elke keer opnieuw. De leraren die mij konden boeien gaven wat mij betreft ook de leukste vakken, daar is het begonnen. Ik dacht, ik wil ook dingen leren aan andere mensen, ik denk dat ik leraar wil worden!
Na een open dag bij de PABO was ik overstag. Dit is wat ik wil!

Na een paar maanden op de pabo hadden we een informatie dag. Vrijwilligerswerk in het buitenland. Leek me wel wat, zoals eigenlijk alles me wel wat lijkt 😉 Ik ben er naar toe gegaan, en na het zien van de Oeganese vlag, had ik al bijna mijn ticket geboekt. Heerlijk leek me dat, Afrika wauw! Uiteindelijk is het Kenia geworden, en heb ik daar een paar weken genoten van de mensen, het landschap en de kleine dingen die je gaat waarderen. Dit heeft een zaadje in mijn hoofd geplant, ik was zo blij met de gesprekken die ik kon hebben met de leerlingen, over thuis, over school, alles wat er in hun hoofd omgaat.

Na een stage in suriname was ik er wel aan uit, ik wilde eigenlijk geen lesgeven in het koude, grijze, Nederland. Neejoh, Suriname, Afrika, The Carribean, dat leek me wel wat. Heerlijk kleurrijk, lekker eten, vrolijke mensen. Na het afstuderen ben ik dan ook naar Curaçao vertrokken. Hier ben ik les gaan geven en gaan genieten van de kleine dingen. Het uitzicht vanaf bepaalde plekken, het eten, kleine gesprekjes op straat. Heerlijk vind ik het.

Maar dan, ondertussen ben ik 23 en dat betekent dat ik nog erg lang voor de klas moet staan, en ik had nog steeds dat stemmetje in mijn hoofd dat zich afvroeg waarom ik niet meer tijd heb voor individuele gesprekken, niet echt tijd voor leerlingen om ze even te kunnen helpen. Dus ik heb mezelf inschreven voor een nieuwe opleiding, de KIK-opleiding.
Ik volg hem nu met heel veel hernieuwde energie, dit is wat ik wil!
De manieren die ik aangereikt krijg om met kinderen te werken passen bij me en ik kan niet wachten om ze in uitvoering te brengen!

Ben je nieuwsgierig en wil je meer weten of mij of mijn prakijk? Stuur dan een mailtje!