Soms moet je een kind écht een beetje helpen.

grond-te-koop-curacao-640x360

“Soms?! Ja natuurlijk moet je een kind helpen!” Ik hoor het je denken. Altijd? Nee ik vind van niet. Een kind kan de wereld goed alleen ontdekken, kan zelf echt wel zijn schoenen aan doen, kan zelf aankleden. Heeft het daar dan geen hulp meer bij nodig? Kan een kind leren van iets nadoen?

Ikzelf ben een voorstander van “Van proberen kun je leren!” Ik zeg het zo vaak in de klas dat als ik “Van p..” dreunen de kinderen de rest van de zin al op. Dat zorgt er wel voor dat er interessante gesprekken ontstaan overigens. Vooral als het gaat over teveel pepernoten eten en je wilt zeggen dat je van pepernoten eten hartstikke dik wordt! Vaak moet ik lachen om de kinderen als ze mij de woorden uit m’n mond nemen.

In de klas wordt dit ook echt gebruikt. Ik wil je helpen met alles, maar ik wil dat je het eerst probeert. Ik krijg trouwens ook echt kippenvel als ik mensen hoor zeggen: “Zal ik je even helpen? Je bent nog zo klein..” Echt, mag je kind even zelf proberen of hij misschien toch al weer een beetje groter is dan gisteren?

Waar ik wel echt graag gebruik van maak zijn verhalen. Verhalen om kinderen te helpen net dat laatste stapje te nemen. Die vooral kunnen helpen bij het oplossen van problemen. Die verhalen heten helende verhalen. Onderstaand verhaal is er zo een.

Een helend verhaal bestaat altijd uit een paar onderdelen:

Een hoofdpersoon
Een locatie
Een probleem
Een helper

Het is belangrijk dat het kind niet meteen doorheeft dat het verhaal over hem gaat want dan gaat een kind hier heel anders naar luisteren. Het is dus fijn om de locatie, of het tijdperk aan te passen.

Dit verhaal heb ik geschreven voor een leerling uit mijn klas die met haar moeder gaat verhuizen naar een ander land. Haar ouders zijn uit elkaar, en haar vader blijft hier achter. Ze heeft het er erg moeilijk mee maar praat hier bijna niet over.

Ik hoop dat je hier wat aan hebt!

Liefs Joyce

Ollie moet verhuizen

Door: Joyce Jansen

In een land, hier ver, ver vandaan.. Woonde een Olifantje. Toen hij geboren werd hebben zijn ouders heb Ollie genoemd. Ollie genoot van de Afrikaanse bomen, het gras en was vriendjes met alle dieren. Hij wist dat hij moest oppassen voor Louis de Leeuw. Als hij zijn ouders kwijt was vroeg hij het aan Gerda Giraf en als hij een goede mop wilde horen kon hij altijd naar Albert Aap. Ja, we kunnen wel zeggen dat Ollie een goed leven had. Tot op een dag, toen het maar niet wilde regenen.

Die dag ging Ollie naar school, maar de waterplas waar hij altijd even uit wilde drinken stond leeg. Er was geen druppel water meer te zien. Ollie vond het gek, maar dacht: “Het gaat vast straks weer regenen, als ik naar huis ga kan ik echt wel drinken.” Ollie kwam aan op school en ging vast naast Gerda zitten. Dat was makkelijk, want als hij het antwoord even niet wist wilde Gerda hem altijd helpen. Achter hem zat Albert. Die was grappen en grollen uit aan het halen tot de juffrouw kwam.

Zo ging het de hele dag door. Ollie kreeg wel wat hoofdpijn zonder het water en hij was blij toen de bel ging. Ollie stapte de school uit en daar had je het al. Het was warm, zo warm.. Ollie wist meteen dat het niet geregend had. Hij ging naar huis en daar zaten zijn ouders op hem te wachten. Ze keken somber..

Ollie ging naast zijn vader zitten en die sloeg zijn slurf om hem heen. Zijn moeder keek hem bedenkelijk aan. Ollie kreeg een raar gevoel in zijn buik.. “Wat zou er aan de hand zijn?” vroeg hij zich af..

Mama begon met praten: “Vandaag hoorde ik in het bos dat er voorlopig nog geen regen komt, dat betekent dat we hier niet meer kunnen wonen..”Ollie keek haar ongelovig aan.. Hier niet meer kunnen wonen? Maar waar moeten ze dan wonen? Ze kunnen toch niet zo maar weg? Allemaal vragen kwamen in hem op, maar hij kon het niet vragen. Hij wist niet het moest. Hij kon toch niet weg? Al zijn vrienden zijn hier..

Papa ging ook praten: “Jij gaat met mama op vakantie, tot het weer gaat regenen. Ik blijf hier om op het huis te passen” Ollie kon het niet geloven.. Op vakantie? Weg zonder papa? Alleen met mama? Hij durfde het niet te vragen.. Hij kan toch niet weg en dan papa achter laten? Hebben ze daar wel eens over nagedacht!! Ollie werd boos:”Ik wil niet mee, ik kan niet mee, papa moet ook mee, ik wil niet zonder papa, het is een stom idee!!” En hij stormde het huis uit..

Huilend liep Ollie door het bos. Hij kwam eerst Gerda tegen. Ze luisterde naar zijn verhaal, en als ze iets niet begreep dan vroeg ze er naar. Ze was stil op de goede momenten en zo durfde Ollie zijn verhaal helemaal te vertellen en durfde hij ook aan Gerda te vragen hoe hij nou zonder papa kon..

Gerda moest daar even over nadenken. Toen kwam ze met een idee. Wat zou als Ollie een foto, of een tekening van papa mee kon nemen? Dan kon hij altijd naar de foto kijken, of tegen de foto praten en dan lijkt het net alsof papa heel dichtbij is. Ollie vond het een fantastisch idee en samen gingen ze bedenken wie er een foto kon maken. Ineens wisten ze het, Alfina, de moeder van Albert kon foto’s maken. Snel haastten ze zich naar haar toe. Alfina schrok van het verhaal van Ollie maar wilde meteen helpen. Ze sprong op de rug van Gerda en rennend gingen ze terug door het bos naar het huis van Ollie. Papa kreeg tranen in zijn ogen toen hij hoorde dat Ollie zich zo’n zorgen had gemaakt. Hij wilde graag met hem op de foto. De volgende dag vertrokken Ollie en zijn moeder. Ollie had de foto van hem en papa stevig in zijn slurf geklemd. Voor de zekerheid had hij zelf ook nog een tekening gemaakt en die zat in een stevige tas op zijn rug.

Na een paar dagen lopen kwamen ze bij hun nieuwe huis. Hier waren ook veel andere olifanten en Ollie kon meteen gaan spelen. Maar eerst zette hij de foto van papa bij zijn bed.

Ollie ging voorzichtig naar buiten en keek om zich heen. Hij zag een olifantje wat heel veel grapjes maakte. Die leek een beetje op Albert, alleen was dit een olifant. Hij ging naar hem toe en vroeg: “Wil je met mij spelen?” Het olifantje keek op en zei: “Ja hoor, ga je mee naar mijn vrienden?”

En zo kwam het dat Ollie, ook al was hij heel ver weg van zijn vrienden en zijn vader, toch nieuwe vrienden maakten en het heel erg naar zijn zin had op zijn nieuwe plek. En papa? Die kwam snel op bezoek!

4 gedachten over “Soms moet je een kind écht een beetje helpen.

Geef een reactie op Joyce Jansen Reactie annuleren